Nijmegen-Oost is een geliefde stek voor studenten. En geef ze eens ongelijk! Hoewel de student en de ?gewone? Nijmegenaar vredig naast elkaar wonen, blijkt in praktijk soms hoe ver deze werelden uit elkaar kunnen liggen. En hoe het beeld dat men van elkaar heeft, soms op misverstanden is gebaseerd. Twee huizen, twee perspectieven...
Door Maaike Kruijer

Ik spreek met mevrouw Nollen-Hesselmans op de Mr Franckenstraat. ?Eind jaren 㥄 zijn mijn man en ik in Nijmegen komen wonen. Ik werkte bij het Radboud, in de verpleging. Mijn man is directeur geweest van een middelbare school. We heben altijd in Brakkenstein gewoond, maar sinds tien jaar wonen we hier, aan de Mr. Franckenstraat. Ik ben best actief in de wijk. Zo zit ik in het wijkcomité. Iedereen heeft een vaste taak. Zo is er een lid die erop toeziet dat de voortuinen er allemaal netjes bij liggen. Mijn persoonlijke doelstelling is het laten opknappen van het Mariaplein, tegenover de kerk. Ik vind het er niet uitzien zo, enkel gras, dat door de gemeente niet eens op tijd gemaaid wordt... Ik heb een brief geschreven naar de gemeente, maar het heeft een lage prioriteit.?
Mevrouw Nollen-Hesselmans vindt het jammer, omdat de buurt volgens haar iets moois verdient op het plein. Ze is goed op de hoogte van haar straat- en buurtgenoten en ze weet in grote lijnen wie waar woont en wat zij doen. Ook kan ze feilloos de studentenhuizen in de buurt aanwijzen. Het is waar: de familie Nollen-Hesselmans wordt bijna omringd door studentenhuizen. ?Ik stoor me niet echt aan de studenten hoor, heb er niets op tegen. Als het de buurt maar niet slordig maakt. Kijk, hierachter was de tuin jarenlang een soort vuilnisbelt. Nu is het toevallig vorige week opgeruimd. We hebben een aantal keren gedreigd de milieudienst erbij te halen. Het ziet er toch niet uit? Vanaf ons balkon hebben wij er het volle zicht op en dat is geen aangenaam uitzicht.? Ook de geluidsoverlast is vervelend: ?We kunnen er soms niet van slapen. Onze slaapkamer is aan de achterkant. Dan heb je geen last van het verkeer, maar die studenten hoor je dus wel. Even geleden zijn we langs geweest. Ze wisten niet dat de buurt het zo goed kon horen. Dan is het wel weer even rustig, maar lang duurt dat niet.? Op mijn vraag of ze de mensen in de studentenhuizen kent en spreekt, antwoord mevrouw Nollen-Hesselmans ?nee?: ?Alleen als we last hebben, dan bellen we aan. Verder hebben we niet zo veel met studenten te maken. Je merkt het wel hoor, dat hier veel studenten wonen. In het eerste jaar dat wij hier woonden, heeft mijn man drie nieuwe fietsen moeten kopen... En dan de schade aan de auto, veroorzaakt door fietsers, bierblikjes overal...
Nouja, het is niet gezegd dat dit allemaal door studenten komt natuurlijk, maar het heeft wel degelijk invloed.? Als iemand die zelf nog maar net haar studentenleven achter zich heeft gelaten, voel ik mij toch een beetje onheus bejegend. Zouden Nijmeegse studenten dan echt alleen maar bierdrinken (de blikjes achterlatend uiteraard), rondfietsen op ?s buurmans stalen ros, feesten in de achtertuin en niet de moeite nemen om de troep op te ruimen? Hoog tijd voor een bezoekje aan de buren...
Berg en Dalseweg
Een paar dagen later loop ik langs het huis van de buren, waar een jongen aan het voetballen is. Ik stel mij voor en leg uit dat ik een artikel schrijf over studenten en hun buurt. Ik word hartelijk ontvangen, mag plaatsenemen op de bank in de voortuin en ik word voorzien van sinaasappel-kiwisap. Het gesprek kan beginnen.
Hoe lang woon je hier?
?Ik woon hier nu één jaar. Ik ben tweedejaars student, en ik studeer Nederlands en Internationaal Recht.?
Hoe ben je hier terechtgekomen?
?Dat is eigenlijk wel een grappig verhaal. Nijmegen heeft een lange introweek voor studenten, tien dagen ongeveer. Ik kom zelf uit Zutphen, maar dat is toch iets te ver om iedere dag heen en weer te reizen, na het feesten. Ik zocht dus een slaapplek en een lid van de studentenvereniging Carolus Magnus nodigde mij uit om hier te komen slapen. In mijn eerste jaar ben ik niet gelijk op kamers gegaan. Ik wilde eerst een jaar mijn best doen en ik was bang dat ik te veel zou worden afgeleid. Na een jaar besloot ik op kamers te gaan. Er was een advertentie, waar ik op reageerde. Toen bleek het om dit huis te gaan! Ik vond het fantastisch en heb de kamer gekregen. Ik ben ook lid geworden van Carolus Magnus. Dit is een dispuutshuis, van het dispuut H.O.E.K. Ik heb een tijdje het aspirantaat gelopen bij H.O.E.K., maar uiteindelijk ben ik daarmee opgehouden. Ik heb het zo druk met andere dingen naast mijn studie, het werd gewoon teveel. Wel jammer, maar ik heb nog steeds een goed contact met de andere dispuutsleden. Ik ben nog wel lid van Carolus. Ik ben Irakees van origine en heb een islamitische achtergrond. In het begin moest iedereen daar wel aan wennen: zo iemand bij een Katholieke vereniging. Maar in het kader van de multi-culturele samenleving vond men het wel leuk en interessant. Ik heb het erg naar mijn zin bij Carolus.?
Sinds jaar en dag
?Dit huis is al heel lang een studentenhuis. De SSHN beheert het, maar laat het aan ons over wie er mogen wonen. Wij hebben hier in huis een open deurenbeleid. Vertrouwen staat hoog in het vaandel bij ons. Daarover weet ik wel een leuke anekdote. Dat open deurenbeleid is hier al vanaf het begin. Ondanks dat wilde je natuurlijk niet dat je betrapt werd met een meisje. Helemaal vroeger, toen het ook niet mocht. Als je dan plezier ging maken met je meisje, zette je een fles wijn voor de deur van je huisgenoten. Dit onder het motto: ?ik plezier, jullie ook plezier?. Zo wisten zij hoe laat het was, en hadden ze zelf ook een leuke avond.? Ik word door mijn gastheer, Haydar, meegenomen door het huis. Hij laat mij een plaquette en een bel zien. ?Vroeger moest je de bel luiden als je iemand betrapte met een meisje op zijn kamer. Met die fles wijn kocht je dus gewoon je huisgenoten om?.
Toekomst
Op mijn vraag hoe Haydar zijn toekomst ziet, moet hij een beetje lachen. Ja, het is nog erg ver in de toekomst, maar het kan nooit kwaad om hier over na te denken. ?Ik wil na mijn studie in Amerika gaan werken. Bij de VN, om precies te zijn. Maar dat zal wel moeiljk worden, want daar moet je een superlang CV voor hebben. En een netwerk. Ik leer vooral mensen kennen van mijn baantjes. Ik heb gewerkt bij het Openbaar Ministerie en nu werk ik bij een gerechtsdeurwaarderskantoor, als assistent juridisch medewerker. Inderdaad geen ?dom? studentenbaantje. Soms baal ik daar wel van, want ik kan dus nooit brak op mijn werk verschijnen, maar ik vind het werk leuk en ik leer er veel van. Onlangs heb ik samen met wat andere hoogopgeleide Irakese jongeren een vereniging opgericht: de Iraqi Youth Council NL. Ik kan nu mooi van de gelegenheid gebruikmaken om dat te promoten! De voorzitter is vijfdejaars student geneeskunde Mahdi Al-Taher, die onlangs finalist was bij de verkiezing van VN-jeugdvertegenwoordiger. Kijk, wij worden teveel over één kam geschoren met probleemjongeren van allochtone afkomst. Wij willen iedereen laten zien dat je met wilskracht een eind kunt komen. Toen ik naar Nederland kwam, startte ik in groep 8. Ik moest gelijk de CITO-toets maken, maar begreep er geen woord van! Dus ik moest naar het IVMBO. Ik ben opgeklommen via het MBO naar HBO en studeer nu aan de universiteit. Wij willen Irakese jongeren, maar ook andere jongeren helpen om een succes te maken van hun leven. Ze moeten niet opgeven, maar een doel voor ogen hebben. Ik voel ook een verantwoordelijkheid voor Irak. Wij zijn de nieuwe generatie en wij weten hoe het kan, dat hebben we hier gezien. Mijn buitenlandse stage voor Internationaal Recht wil ik ook graag in Irak doen. Dan wil ik er een jaar blijven, in plaats van de vijf maanden die er voor staan. Maar eerst ben ik druk bezig met de organisatie van de eerste Irakese jongerendag, in september in Rotterdam. Er komen veel interessante mensen, zoals de ambassadeur van Irak en een televisieploeg uit Irak, die filmt hoe Irakese mensen in het buitenland leven. Ik heb ook een geprek gehad met burgemeester Aboutaleb. We willen hem ook uitnodigen, maar dat wordt waarschijnlijk moeilijk. Maar het zou fantastisch zijn als hij kwam. Hij is uiteindelijk het symbool van de integratie, voor veel jongeren.
Geïnspireerd neem ik afscheid van Haydar. Hoe gek kan het lopen: je verwacht een gesprek met een feestende student en je stuit op een ambitieuze wereldverbeteraar. Stel dat er in plaats van een kunstproject, een barbecue zou worden gehouden op het gras van het Mariaplein... Wie weet welke bijzondere en interessante mensen je tegenkomt?

tekts op de plaquette:
Ter bewaking van de goede zeden
Hangt Klokke Roland voor klooien en zeden
Treft u na twaalven in den morgen
Infame vrouwen die een Heer ?verzorgen?
Schelle dan deed Klokke gezwind
om te verjagen dat lage kind
Pleegt U misbruik, neemt dan in acht
voor U alle kosten de verdere nacht ]
AanmeldenAlle informatie op de Wijkwebsite is gratis en vrij opvraagbaar voor alle wijkbewoners van Nijmegen Oost. |
Reacties
21 september 2009 om 23:19
Leuk stuk :) Ik woon zelf sinds november 2008 ook als student aan het Mariaplein, bovenste etage, boven Van Dam.