Het consumentenrecht nader belicht
Door Sjoerd Richters
Op 11 januari 2005 presenteerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) een advies waaruit voortvloeit dat het recht steeds ontoegankelijker wordt voor de burger. Dit is op zichzelf beschouwd een feit van algemene bekendheid. Desondanks werd ik door een stuk over het advies in de Trouw van 12 januari 2005 bewogen tot het schrijven van dit artikel. In dit artikel wil ik ingaan op de basis van het consumentenrecht.
Allemaal herkennen we het volgende wel: Er is een mooie, dure spijkerbroek aangeschaft en dan blijkt deze al na drie keer dragen versleten en vaal te zijn (hoewel dit momenteel wel erg modieus is, maar dit terzijde). Of de wasmachine waar een hoop geld voor neergelegd is, houdt er al na 4 jaar mee op. De dvd-speler vernielt je dvd?s tijdens het afspelen. Zo kan er nog een hele lijst van doemscenario?s volgen. Dit soort gebeurtenissen maken je (terecht) boos, verdrietig, teleurgesteld en wekken bovenal veel irritaties op. Wat biedt het recht eigenlijk in deze situaties?
Al hetgeen wat nu beschreven zal worden betreft specifiek het consumentenrecht. Het consumentenrecht typeert zich door het dwingende karakter dat het bevat. Dit houdt globaal gezien in dat niet ten nadele van bepaalde rechten van de consument afgeweken mag worden. Zo kunnen bijvoorbeeld niet door middel van een bonnetje rechten beperkt worden. Wanneer sprake is van een consumentenkoop hangt af van de hoedanigheid van partijen bij een koop. De ene partij, de consument, is een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hieronder valt bijvoorbeeld niet een penningmeester van een voetbalvereniging die namens de vereniging nieuwe ballen koopt. De andere partij, de verkoper, dient wél te handelen in uitoefening van een bedrijf of beroep.
Stel: Uw televisie, waar 600 euro voor betaald is, gaat drie jaar na aankoop kapot en de garantietermijn (van één jaar) is reeds verlopen. Ondanks dat de garantietermijn verlopen is, biedt het recht toch nog steun. Het begrip dat het consumentenrecht bezigt is ?conformiteit?. Dit begrip houdt in dat de gekochte zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. De wet legt dit uit door te stellen dat de gekochte televisie niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die verwacht mochten op grond van de overeenkomst. Met betrekking tot de aard van de zaak kan gezegd worden dat bijvoorbeeld van een tweedehandse televisie een mindere kwaliteit verwacht mag worden dan een van nieuw exemplaar. Vervolgens bepaalt de wet dat verwacht mag worden dat een televisie die eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan je de afwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Het ?normaal gebruik? van de televisie zou betwist kunnen worden wanneer er bijvoorbeeld door uzelf aan de televisie is gesleuteld. De zinsnede ?waarvan je de afwezigheid niet behoefde te betwijfelen? houdt een onderzoeksplicht in. Soms moet de consument zelf ook onderzoek doen naar de kwaliteit van de te kopen zaak, dit kan bijvoorbeeld in het geval dat er slechts een summiere beschrijving van de zaak gegeven is. In hoeverre er een onderzoeksplicht aanwezig is, hangt af van een aantal omstandigheden. Globaal gezien kan gesteld worden dat hiertoe geen plicht bestaat, wanneer de verkoper mededelingen heeft gedaan of mededelingen behoorde te geven. Uit dit alles volgt dat, wanneer met de televisie normaal is omgesprongen, u de verwachting zou mogen hebben dat een televisie waarvoor een groot bedrag is betaald niet zomaar binnen drie jaar kapot gaat.
Nu de televisie niet beantwoordt aan wat aan de hand van de koop mocht worden verwacht, zijn een aantal acties mogelijk. Op grond van de wet blijkt dat u nu van de verkoper kunt eisen: (1) aflevering van het ontbrekende, (2) herstel van de televisie of (3) vervanging van de televisie. De kosten die hieraan verbonden zijn, kunnen niet op u verhaald worden. Voor welke actie gekozen wordt, is een vrije keus. In een enkel geval kan herstel of vervanging van de verkoper niet worden gevergd. Mocht de verkoper niet meewerken aan herstel van de gebrekkige zaak dan volgt uit de wet de bevoegdheid om het herstel door een ander te laten doen en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen. Hiervoor is wel verplicht dat er een redelijke termijn aanwezig moet zijn nadat de verkoper door u schriftelijk aangemaand is tot herstel van de televisie.
Gebleken is dat het verlopen van de garantietermijn er niet aan in de weg staat om toch actie tegen de verkoper te ondernemen nadat een zaak gebrekkig is gebleken. Welke waarde heeft een garantietermijn dan eigenlijk? Gesteld kan worden dat een garantie geen juridische meerwaarde, maar vooral een praktische meerwaarde heeft. Immers een garantietermijn langer dan de termijn waarvan je verwachten mag dat een zaak meegaat, is vanuit economisch oogpunt onlogisch. Het door de verkoper bieden van garantie kan gezien worden als een stukje service. Een garantie houdt in dat de verkoper instaat voor de afwezigheid van een gebrek. Het grote voordeel voor de consument is dat de garantie een feitelijke omkering van de bewijslast betekent. Zonder garantie moet de consument bewijzen dat de zaak die een gebrek heeft, niet aan de overeenkomst beantwoordt. Bij het verstrekken van een garantie is de verkoper verplicht het gebrek te herstellen of te vervangen, tenzij hij bewijst dat er bijvoorbeeld sprake is van onjuist gebruik. Overigens worden in de praktijk veel garanties verleend door fabrikanten, deze garanties kunnen meerdere beperkingen voor de consument bevatten.
Problematisch is wellicht dat bij voorbaat onduidelijk is, wanneer een gekochte zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Hoelang behoort een televisie bij normaal gebruik mee te gaan? 3, 6 of wellicht wel 10 jaar? De beantwoording van dit soort feitelijke vragen wordt uiteindelijk aan de rechter overgelaten.
In dit artikel ga ik niet in op de mogelijkheden om schadevergoeding te vorderen en de koopovereenkomst te ontbinden. Deze laatste mogelijkheid houdt in dat de zaak teruggegeven moet worden aan de verkoper en het geld teruggegeven moet worden aan de consument. Ook zijn deze acties mogelijk. Echter voor een schadevergoeding is meer vereist, het gebrek in de zaak moet toe te rekenen zijn aan de verkoper. Dit kan moeilijk te bewijzen zijn. Ik heb deze mogelijkheden buiten beschouwing gelaten, omdat een product in beginsel wordt gekocht omdat je het graag wilt hebben, schadevergoeding of ontbinding levert dan geen bevredigende oplossing.
Kortom, als consument sta je behoorlijk sterk in je recht. Maar het hebben van rechten is wat anders dan het halen van je recht. Dit halen van je recht zal veelal gepaard gaan met een hoop pijnlijke, tijdsrovende kwellingen. Een garantie afdwingen kan dan toch wel een aangename preventieve werking hebben.
Mocht u vragen hebben of meer informatie willen naar aanleiding van dit artikel, stap gerust eens binnen bij een spreekuur van de Rechtswinkel Nijmegen-Oost.
AanmeldenAlle informatie op de Wijkwebsite is gratis en vrij opvraagbaar voor alle wijkbewoners van Nijmegen Oost. |
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit bericht.