Alsof het nooit anders is geweest, zo ligt de straat erbij. De huidige hoedanigheid van de Tooropstraat verraadt bepaald geen rijke historie. Wie wel eens in de Tooropstraat komt, zal niet dan ook niet direct de gedachte krijgen aan een rijk Romeins verleden, of aan een onbebouwd landelijk gebied. Toch ligt dat laatste nog niet zo heel ver achter ons.
door Anna Bakker
Martijn Grievink is behalve landschapsbeheerder ook student aan de masteropleiding erfgoedstudies in Amsterdam. Sinds acht jaar woont hij in Nijmegen, in de Tooropstraat.
Een vast onderdeel van die studie is het opstellen een biografie van een landschap. Ja, en áls je dan weg bent van je nieuwe woonomgeving én er zit een rijke geschiedenis in die grond dan is de keuze voor de locatie snel gemaakt. Bijkomend voordeel van deze plek is dat er veel informatie en documentatie voorhanden is. In een boeiend gesprek doet Martijn de achtergrond van de straat uit de doeken.
Romeinse tijd
De eerste aanzet voor de huidige Tooropstraat is mogelijk al terug te voeren tot een pad dat hier rond 16 v. C. aan de zuidelijke kant van het Romeins kamp bij de stuwwal op de Hunerberg loopt. Na de Bataafse opstand van 69 na Christus breidt het kampement uit waardoor de zuidrand van het kamp direct aan de weg komt te liggen, dat is ongeveer ter hoogte van wat nu de huidige Toorpstraat is.
De Romeinse belegering bracht een bloeiende economie en bedrijvigheid met zich mee. Dat was terug te zien in de verkeersdrukte in de halfverharde weg die ook een Oost-Westverbinding naar een pannenbakkerij bij Holdeurn en Xanten mogelijk maakte.

Wanneer na een eeuw de Romeinen weer vertrekken gaat het snel bergafwaarts met het ontstane kampdorp en raakt het gebied verlaten. Alleen het Amphitheater, in de glorietijd gebouwd ter vermaak van de Romeinse soldaten, doet nog enkele eeuwen dienst voor de bevolking van Noviomagum, de lagergelegen stad. De nagebootste contouren van het Amphitheater zijn nu terug te vinden in het bestratingspatroon van de Mesdagstraat.
Middeleeuwen en 19e eeuw
Zo liggen daar eeuwen lang de restanten van de vergane vesting en het stille Amphitheater, overgeleverd aan de tand des tijds. In de late middeleeuwen groeit de stad en in een grote behoefte aan bouwmaterialen pluizen de bewoners de directe omgeving uit op alles wat bruikbaar is. Zo valt tenminste te verklaren dat bouwelementen van Romeinse gebouwen ineens opduiken als bouwonderdeel van de Valkhofkapel of de burcht. In deze periode staat het zandpad bekend als “ het “Cattenpad”, waaraan tot in de 16de eeuw een Joods kerkhof ligt. Die naam verandert in de 18e eeuw naar Daalscheweg, in de 19e eeuw naar Molenveldseweg of Veldweg.
Halverwege de 19e eeuw is het gebied nog steeds een grote open vlakte. Wel vindt er landbouw plaats, en midden in die vlakte staat een molen.
Om de stad te beschermen worden er forten gebouwd in de directe omgeving.(zie afb.)
Een van die forten komt te staan in het gebiedje begrensd door wat nu de Berg en Dalseweg, de Fortstraat, de Pauluspotterstraat en de Acaciastraat is. Daarmee moet de straat op de bestaande plaats wijken voor het fort, en verlegt zodoende haar grenzen.(zie afbeelding) De contouren van het fort zijn nog steeds leesbaar in de wijk als je kijkt naar het ontstaan van de Fortstraat en de Paulus Potterstraat aan de zuidkant van het fort en het parkje bij het Canisiuscollege aan de noordkant. Nadat het fort amper 15 jaar dienst heeft gedaan, worden stadswallen en forten geslecht en vervalt de verplichting te wonen binnen de omwalling van de stad. De straatnaam verandert in Fortweg ter herinnering aan het verdwenen fort. Op deze plaats ontstaat in 1894 buurtschap ‘t Fort. Aanvankelijk bestaat de eerste bewoning uit twee stadsboerderijen, waarvan het huidige cafe ’t Centrum er een is.
De laatste honderd jaar
In 1920 verandert de naam in Tooropstraat, naar de schilder Jan Toorop, ooit bewoner van de stad.
Het is moeilijk voor te stellen dat zo’n 70 a 80 jaar geleden dit gebied, nog grotendeels een kale vlakte is. De bebouwing van de wijk komt eind jaren 30 pas goed op gang, de straat groeit in vrij korte tijd uit tot een bedrijvig geheel. Om een indruk te geven; een schoenfabriek Nimco(alleen de schoorsteen herinnert ons nog aan het bestaan), een badhuis voor de arbeiders van de schoenfabriek, een wasserij, vijfbanketbakkers, twee kappers, een smederij, een textielzaak en vier slagers. In het stratenpatroon van die tijd vormen het bovenste deel van de Berg en Dalseweg en de Tooropstraat één rechte doorlopende weg.
Ook in de 50er jaren is er flink doorgebouwd aan de Tooropstraat.
De meest in het oog lopende ontwikkeling van de laatste jaren is het verdwijnen van veel kleine bedrijfjes en daardoor de dynamiek van deze straat. De sfeer aan de Tooropstraat is volgens Martijn nog steeds levendig te noemen, dankzij de bewoners die van alle leeftijden en achtergronden zijn. Het is naar zijn idee wel te hopen dat bedrijfjes, net als vele, vele jaren geleden, weer een grotere rol gaan spelen. Zoals ten tijde van de Romeinen toen er ook al een bloeiende economie en bedrijvigheid heerste, en verkeersdrukte…….