Door René van Onna
In de wijk Hengstdal ligt de Corduwenerstraat. Die loopt van de Berg en Dalseweg tot de Postweg, waarbij de Hengstdalseweg wordt gekruist. Wie of wat is de naamgever van die straat?
De straat is genoemd naar Gerard Antonius Corduwener. Hij was SDAP-politicus te Nijmegen, is geboren te Arnhem op 6 juni 1882 en overleden te Nijmegen op 4 oktober 1940. Corduwener, die uit een katholiek gezin stamde, moest na een paar jaar MULO aan het werk. Hij leerde het stucadoorsvak en ging enkele jaren in Duitsland werken. In 1903 keerde hij in Nederland terug. Hij vestigde zich in 1907 in Nijmegen en werd secretaris van de Algemeene Nederlandsche Stucadoorsbond.
In 1910 besloot hij zich aan te sluiten bij de SDAP en brak met de katholieke kerk. In 1917 stelde de SDAP hem kandidaat voor de gemeenteraad. Hij veroverde een zetel. In 1919 was de SDAP-fractie uitgegroeid tot acht personen met Corduwener als voorzitter. In 1923 raakten de gemoederen verhit omdat de katholieke raadsfractie geld en bouwterreinen ter beschikking wilde stellen voor de vestiging van een katholieke universiteit. De andersdenkenden liepen tegen deze plannen te hoop.
Corduwener leidde het verzet maar kon niet verhinderen dat de katholieke raadsfactie haar wil met één stem méér oplegde. In de gemeenteraad wilde Corduwener vooral optreden als woordvoerder van een achtergestelde en verdrukte minderheid. Vanaf 1920 was hij bovendien lid van de Provinciale Staten van Gelderland.
Toen de Nijmeegse SDAP in 1927 een wethouder mocht leveren, stapte Corduwener zonder enig overleg met de katholieke meerderheid en zonder enige voorwaarde vooraf in het college van burgemeester en wethouders. De SDAP-fractie begroette de uitverkiezing als erkenning van de mondigheid van de arbeidersbeweging, die niet langer buiten de zedelijke gemeenschap geplaatst werd. Als enige van de vier beschouwde Corduwener zijn wethoudersfunctie als een volledige baan. Met zijn gezond verstand en doorzettingsvermogen werkte hij zich door de dossiers, waardoor hij zelden in de raad verrast werd. Zijn meerjarenplannen voor meer en betere wegen en voor stelselmatige krotopruiming hadden merkbaar succes en maakten hem populair. Zijn herverkiezing als wethouder in 1931 lag voor de hand. De aanpassingspolitiek als gevolg van de crisis bracht Corduwener in 1932 in grote problemen. Hoewel hij vaker minderheidsstandpunten had ingenomen, kreeg zijn verzet nu het karakter van obstructie. Na vijf maanden overspannen te zijn geweest vond hij zijn draai weer. In 1935 maakte de katholieke fractie een eind aan zijn wethouderschap. Katholieke kandidaten waren geschikter, volgens de fractie. Een jaar later ontstond een wethoudersvacature, waarvoor de SDAP nu wel een kandidaat mocht leveren maar een andere dan Corduwener. De SDAP-fractie weigerde hieraan tegemoet te komen. Deze ervaring kwetste Corduwener, die snel geraakt en opgewonden was en het hart op de tong droeg. Waar hij onrecht of oneerlijkheid meende te bespeuren, stoof hij driftig op, hetgeen hem vaak in moeilijkheden bracht. Zijn temperament versterkte zijn leiderspositie. Voor de plaatselijke rode familie was hij de man, die het toch maar eens zei en daarmee de woede over miskenning, achterstelling en uitsluiting vertolkte. Tegelijkertijd toonde hij zich toegankelijk voor redelijke argumenten. Voor zijn oprechte en aanhoudende zorg voor de minder bedeelden hadden ook zijn tegenstanders waardering. Dit bleek in 1939, toen hij met steun van de katholieke meerderheid als wethouder voor gemeentebedrijven terugkeerde. De oorlog overviel ook hem. Tegen het advies van de partijleiding in en ondanks een poging van M. van der Goes van Naters hem tot andere gedachten te brengen, koos Corduwener voor de Nederlandse Socialistische Werkgemeenschap van M.M. Rost van Tonningen, wat binnen de Nijmeegse SDAP tot spanningen leidde. Op 3 oktober 1940 zakte Corduwener bij een bezoek aan de Gasfabriek in elkaar, raakte buiten kennis en overleed de volgende dag. Onder buitengewoon grote belangstelling werd hij op 8 oktober begraven. Een plaatselijke partijgenoot sprak bij het graf: Wat Troelstra was voor Nederland, waart gij voor Nijmegen. Nijmegen erkende zijn verdiensten door een straat naar hem te noemen.
Bronnen: Vliegen, Kracht III, 223-224; P.F. Maas, Sociaal-democratische gemeentepolitiek in katholiek Nijmegen 1894-1927 (Nijmegen 1974); M. van Gastel, De SDAP-gemeentepolitiek in Nijmegen 1927 tot 1936 (scriptie Nijmegen 1975); M. van der Goes van Naters, Met en tegen de tijd (Amsterdam 1980); A. Leusink, Op hechte fundamenten. Geschiedenis van de Algemene Nederlandse Bouwarbeidersbond (Amsterdam 1950); H. Termeer, Nijmegen frontstad, september 1944-mei 1945. Politiek en vakbeweging (Zutphen 1979).